Het is één van de weinige foto’s waar ons hele gezin opstaat. Mijn moeder geeft mijn babyzusje de fles, en haar drie broertjes kijken naar het nieuwe wereldwondertje. Mijn vader heeft een Clark Gable-snorretje en zit op de stoelleuning, zijn hand op de schouder van mijn moeder. Op de tafel staat een bus babypoeder. Het is duidelijk een geposeerd tafereel, want iedereen ziet er erg netjes uit. Mijn moeder draagt een wit schort, om haar mooie trui te beschermen, en mijn vader heeft een vers gestrikte stropdas om. De jongetjes zijn al in pyjama, pas gewassen en gestreken, daar is nog geen nacht in geslapen. Het is dus bijna bedtijd, en ook de op de foto duidelijk zichtbare klok geeft dat aan: kwart over zeven. Het is een degelijke schoorsteenklok, maar hij staat op de radio.

Acht jaar later zitten we met zijn vieren op de bank in een andere huiskamer. Iedereen ziet er weer erg netjes uit; wij hebben zelfs een stropdas om onze nek. Mijn oudste broer heeft een combinatie met een geruit colbertje aan, mijn andere broer en ik dragen een lichtgrijs kostuum. Dat zondagse pak was nog van mijn broer geweest en ik mocht het afdragen. Niet veel later ben ik in dat kostuum gaan rolschaatsen, in de hoop zo te vallen dat ik het nooit meer aan hoefde. Dat viel nog niet mee, jezelf moedwillig te laten vallen, maar het is me uiteindelijk gelukt. Het pak verdween, maar het keurslijf bleef. Mijn zusje heeft een geruit plooirokje aan, met een pastelkleurig twinset en witte kniekousen. Door het raam achter de bank is nog net de achterkant van onze eerste auto te zien, een Ford Cortina, goudkleurig met rode bekleding. Het moet een lollig fotomoment geweest zijn, want we lachen alle vier uitbundig.

Het is een schril contrast met die andere familiefoto, meer dan dertig jaar later. Mijn ouders zijn veertig jaar getrouwd en wij zijn opgetrommeld om dit moment in de achtertuin van het ouderlijk huis vast te leggen. Mijn vader en moeder zitten op tuinstoelen in het centrum van de foto, geflankeerd door mijn oudste broer en zus in hun rolstoel. Het gezin heeft zich uitgebreid en op de foto staan nu ook twee schoondochters, vijf kleindochters en een schoonzoon. Want ook mijn zus is inmiddels getrouwd en woont niet meer thuis.

Mijn vader, broer en ik dragen alle drie een blauwe blazer met, hoe kan het ook anders, een stropdas. Deze keer heb ik een snor, maar Clark Gable is als rolmodel vervangen door David Crosby. De foto stemt mij een beetje triest, want aan de ene kant laat hij zien hoe succesvol wij als gezin lijken om te gaan met de spierziekte van mijn broer en zus. Mijn vader is apetrots op de rolstoelvriendelijke bungalow, de kleindochters logeren graag bij opa en oma en iedereen lijkt gelukkig. Maar er is een andere kant, niet zichtbaar op de foto.


Klok ~ 1) Alarmapparaat 2) Alarmtoestel 3) Bel 4) Deel van een carillon 5) Dashboardinstrument 6) Dier 7) Glazen bedekking 8) Glazen stolp 9) Hank 10) Iets dat de tijd aangeeft 11) Illusionist 12) Kerstversiering 13) Kloek 14) Koekoeksklok 15) Nederlandse illusionist 16) Pendule 17) Slingeruurwerk 18) Soort horloge 19) Stolp 20) Teug 21) Tijdaanwijzer


De spierziekte is progressief en de klok tikt door. Mijn ouders worden ouder, en mijn broer en zus zullen in de komende jaren steeds meer hulp nodig hebben om zelfstandig te kunnen blijven functioneren. Dat gaat natuurlijk wringen, maar mijn ouders denken in oplossingen en niet in mogelijkheden. Die oplossing is voor mijn broer al zo´n jaar of tien deze aangepaste woning, voor mijn zus is het mijn zwager. En natuurlijk alle hand- en spandiensten, die mijn vader verleent. Alleen heb ik daarin nooit begrepen, waarom mijn zwager, zelf gezond van lijf en leden, niet zijn eigen heg kan knippen of naar de glasbak kan lopen. Maar naar andere mogelijkheden willen mijn ouders niet luisteren, het is goed zoals het is. Alleen al het aansnijden van dit onderwerp staat garant voor een fikse ruzie. Wij, hun andere twee zoons, mogen blij zijn dat we wel kunnen lopen, getrouwd zijn en kinderen hebben. Langzaam maar zeker drijft ons ouderlijk huis uit elkaar. Deze familiefoto is de laatste, waarop ik samen met mijn ouders, broers en zus sta.

Nog een foto in de tuin, weer twintig jaar later. Mijn moeder en zus zijn inmiddels overleden, maar mijn vader is nog altijd verantwoordelijk voor de zelfstandigheid van mijn broer. Het huis begint steeds meer op een dependance van een verzorgingshuis te lijken. De tuin wordt nog steeds goed onderhouden, maar nu door een tuinman. Samen met mijn vader en mijn oudste dochter sta ik op de foto, en niemand kijkt blij. Mijn vader loopt mopperend achter zijn rollator weg van de camera, mijn dochter kijkt met een bedrukt gezicht de andere kant op. Zelf kijk ik recht in de lens en mijn gezicht verraad irritatie en onmacht, het resultaat van al die jaren deel uit moeten maken van een oplossing, die onomkeerbaar lijkt, maar die zich nu wel tegen zichzelf gekeerd heeft. Er is maar weinig overgebleven van de liefde, die ik ooit voelde en op basis waarvan ik het vanzelfsprekend vond om te proberen iets bij te dragen aan het geluk van mijn ouders en mijn gehandicapte broer en zus.

Maar ook deze foto is alweer bijna acht jaar oud. Mijn vader is inmiddels overleden en de aangepaste bungalow is verkocht. Mijn broers zie ik zelden tot nooit en ik weet inmiddels dat het zo beter is. Maar als ik terugkijk naar die drie jongetjes in hun pyjama voel ik me even alleen, en betreur ik het dat het met ons gezin zo afgelopen is. Ik zou de klok terug willen draaien, maar hij staat nog steeds op kwart over zeven.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat daar een link achter naar je eigen blog.

Print Friendly, PDF & Email