#WOT 9: Vergeten

04. Markettenweg

     0

De uitdrukking heeft zelfs de televisiereclame al bereikt, en de woorden strijken mij tegen de haren in. We gaan niet op vakantie om een leuke tijd te hebben of om iets nieuws te zien, nee, we gaan herinneringen maken.

Het combineren van in het hier en nu zoveel mogelijk plezier hebben en tegelijkertijd investeren in de toekomst klinkt als goed bezig zijn, maar volgens mij werkt het niet zo. Het geheugen is een listige metgezel vol filters, dat zelf voor een groot deelt bepaalt wat blijft hangen en wat in de vergetelheid raakt. Ons hersenen maken herinneringen, maar wij zitten niet zelf achter het stuur.

De vader van mijn moeder overleed aan het einde van de oorlog, de moeder van mijn vader overleed in 1957, zodat ik vanaf mijn vijfde jaar één oma en één opa had en zij waren niet met elkaar getrouwd. Ze woonden beiden in Harlingen en de afstand tussen onze woonplaats Dordrecht en mijn grootouders was ruim tweehonderd kilometer.

In een gehuurde auto was onze recordtijd twee uur en tien minuten, met de trein naar Alkmaar en vervolgens over de Afsluitdijk in een bus van de firma Naco nam een halve dag in beslag. We kwamen er dus niet zo vaak, maar als we er waren gingen we niet meteen ’s avonds weer terug en bleven we logeren. Dat was feest.


Vergeten = 1) niet meer in je geheugen hebben 2) het proces waardoor informatie in het geheugen verloren gaat 3) niet doen terwijl je het eigenlijk wel moest doen 4) niet meer weten


Ik kan me niet herinneren ooit bij mijn oma Schaafsma geslapen te hebben. De kinderen werden verdeeld onder de zussen van mijn vader en mijn ouders sliepen beurtelings bij mijn oma of opa.

In de zomervakantie gingen mijn ouders wel weer terug naar huis en logeerde ik bij dezelfde tante. Mijn broer, die naar mijn overleden opa was genoemd, sliep dan wel bij oma, leerde schaken van de jongste broer van mijn moeder en voetbalde met de buurjongens. Het gaf mij het gevoel dat hij meer een Schaafsma was en ik meer een Koopmans, en ik vond het prima zo

Natuurlijk herinner ik mij het huis van mijn oma goed. Maar ik weet alleen nog de dingen die een kind opvallen, zoals het flikkerende rode lampje in de vorm van een kruis, dat bij een Heilig Hartbeeld stond, of de grote injectienaalden die mijn oma gebruikte voor haar suikerziekte. Het schilderij met de witte boerderij, de radio met platenspeler, het petroleumstelletje in de keuken en de potjes met knollen van cyclamen op de vensterbank in de achterkamer. Een bloem heb ik er nooit van gezien, maar misschien bloeiden de cyclamen tussen Pasen en de zomervakantie, als ik thuis in Dordrecht was.

Oma zelf was gewoon oma, klein van stuk en altijd een beetje bezorgd. Na het huwelijk en het vertrek van de jongste twee kinderen bleef ze alleen achter in het huis, waar in de stilte de echo van het grote gezin nog overal hoorbaar was. Oma werd eenzaam en raakte in zichzelf gekeerd, en het werd steeds moeilijker om spontaan bij haar op bezoek te gaan. Mijn ouders, vooral mijn moeder natuurlijk, waren het enige raakvlak tussen haar wereld en die van mij en langzaam verdween ze naar de achtergrond. Ik kwam nog wel langs, maar vond het ook niet erg weer weg te gaan.

Mijn oma werd vergeetachtig en verhuisde naar een bejaardentehuis. Nog steeds drukte mijn moeder me op het hart om tijdens mijn vakantie in Harlingen – dat logeren heb ik lang volgehouden – vooral toch ook een paar keer langs oma te gaan. Ze was inmiddels vergeten wie ik was, maar aan de muur hing een fotolijst met pasfoto’s van alle dertig kleinkinderen. Daarop wees ik mijzelf aan en zei dat ik een zoon van Lieuwe en Bep was, van wie de trouwfoto iets verderop aan de muur hing.

Er ontstond een cirkelgesprek waarin oma vroeg of mijn moeder er ook was, ik uitlegde dat zij thuis in Dordrecht was en dat ik haar vooral de hartelijke groeten moest doen. Hierop vroeg mijn oma of mijn moeder er ook was, waarop ik hetzelfde antwoord gaf, iets over thuis vertelde en oma weer vroeg of mijn moeder er ook was.

Ondertussen keek zij onrustig naar de deur want de zuster, zoals zij alle verzorgenden noemde, kon ieder moment komen om haar op te halen voor het sjoelen in de recreatieruimte. Meestal stond ik na een kwartiertje weer buiten, met een gevoel tussen onmacht en opluchting.

Zo mijn oma al herinneringen had gemaakt, waren het niet de gelukkigste die haar het langst zijn bijgebleven. In het album van mijn moeder staat een foto van haar uit de zomer van 1977. Ze is een dagje uit met de bewoners van het bejaardentehuis en staat op een terrasje tussen oranje plastic stoelen. Achter haar zijn een paar bussen zichtbaar. Een verzorgende heeft een arm om haar heen geslagen, maar oma lijkt het allemaal niet meer te bevatten.

Mijn moeder schreef bij deze foto: Oma Schaafsma, een van de laatste foto’s van haar voor ze stierf op 5 februari 1978. Ze was de laatste jaren van haar leven erg dement. Een paar weken voor haar dood ging ze naar een ander tehuis, misschien, dachten haar kinderen, is ze daar beter op haar plaats, en wordt er meer aandacht aan haar besteed. Helaas kon ze dit ook niet meer verwerken. Ze overleed waarschijnlijk aan medicijnvergiftiging. Het was maar beter zo, de laatste jaren was het een ontzettend zielig vrouwtje. Als je bij haar kwam, stond ze altijd te huilen in de deuropening van haar kamer.

Met enige schroom geef ik toe dat ik me niet kan herinneren wanneer ik haar voor het laatst gezien heb, of dat ik zelfs maar op haar begrafenis aanwezig was. Wel kijk ik nog iedere dag naar het schilderij dat bij haar in de achterkamer hing en dat ik na het overlijden van mijn ouders meenam. Als herinnering en geheugensteuntje.

 

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag publiceert alimolenaar.nl een woord waar je over mee kunt schrijven. Je kunt op ieder moment instappen.

Print Friendly, PDF & Email

Post-navigatie:




Wat je niet wil missen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: